Foto: ISO 800 | 14mm | f5.6 | 1/100 sec | 16 juni 2021

Het is zomer en we fietsen begin van de avond door de bossen. Ondanks de schaduw is het erg warm en transpireren we volop. We hadden gehoord dat een dag eerder het vliegend hert hier gespot was. En dat was het primaire doel van onze fietstocht.

Zo’n enkele keer heb ik opnames van deze kever voorbij zien komen. En hoe vaker ik beelden van dit ‘oerdier’ zie hoe meer ik zin heb om het voor mijn lens te krijgen. Deze kever komt helaas zeer sporadisch in Nederland voor en valt nog maar alleen in een paar kleine gebieden waar te nemen.

Het vliegend hert is te vinden bij (zwaar) beschadigde eiken, waarvan het hout plaatselijk aan het wegkwijnen is. Dit is de ideale plaats voor de groei van de larven, die onder de grond leven. Wanneer die larven uitkomen kunnen ze zich makkelijk voeden van de (wond)sappen van het beschimmeld, rottend eikenhout. De buitentemperatuur moet hoog zijn voor de ontwikkeling van die larven en daarom begeeft het vliegend hert zich eerder aan de rand van het bos, waar de zon makkelijker bij kan.

We zoeken dan ook vooral aan de bosrand en bij open plekken. Bij twee eiken zien we mannetjes met immense gewei-vormige kaken, waaraan het vliegend hert z’n naam heeft te danken. Die grote kaken worden puur gebruikt om indruk te maken bij welgevallige dames en rivaliserende mannetjes.

Er heerst een sfeer van opwinding en enthousiasme. Vandaag zien we voor het eerst deze zeldzame kever, die met z’n 9cm lengte de grootste is van Nederland. Ik besluit het vliegend hert met een groothoeklens van dichtbij vast te leggen. En neem zo de eikenboom op de achtergrond in mijn beeld mee.

“Eerst Napels zien, en dan sterven” is de bekende uitdrukking dat je kunt rusten als je de schoonheid hebt gezien die de wereld je biedt. Welnu… ik wil nog héél veel zien, maar deze kan ik in ieder geval van mijn bucket list afvinken.

Geef een antwoord

twee × vier =

Translate »